Kan de scheiding van moeder en dochtertje nog worden afgewend? 
Een emotionele zaak!

Een uithuisplaatsing is het ergste wat je moeder en kind kunt aandoen. Toch is dit het advies van Jeugdzorg aan de rechter. Dan klopt de jonge moeder ten einde raad bij mij aan. Het is 1 voor 12.  Mijn cliënt vraagt haar moeder in februari 2014 de zorg voor haar toen 4-jarige dochtertje op zich te nemen. Zij heeft geen geld om zelf voor haar dochtertje te zorgen. Waar mogelijk neemt zij de zorg van haar moeder uit handen. Toch wordt het haar moeder te veel. Zonder overleg trekt zij aan de bel bij Jeugdzorg, die in januari 2015 een gezinsvoogd aanstelt.   

Financiële situatie niet op orde
De jonge moeder kan haar kind terugkrijgen als ze haar financiële situatie op orde heeft. Zodra zij dit voor elkaar heeft, komt Jeugdzorg echter met allerlei aanvullende eisen. Zij moet aan haar opvoedvaardigheden gaan werken en stoppen met blowen. Daarnaast moet zij met haar dochtertje naar een logopediste, omdat haar kind een achterstand in spraakontwikkeling heeft. Bovendien moet zij opvoedondersteuning accepteren.

De jonge moeder ligt dwars
Al die aanvullende eisen roepen heel veel weerstand op bij de jonge moeder. Zij sluit zich af voor hulpverlening. Werkt gewoon niet meer mee. Tot overmaat van ramp geeft oma in februari 2016 aan het niet meer aan te kunnen. Jeugdzorg stopt het terugplaatsingstraject omdat zij onvoldoende meewerkt en zet in op een perspectief biedend pleeggezin.  

Mijn cliënt ziet het licht
Een perspectief biedend pleeggezin is perspectiefloos. Want er is geen kans meer op terugkeer naar het gezin van herkomst. Als je geluk hebt kun je je kind via een omgangsregeling nog 1 x in de maand een uurtje zien. De alarmbellen gaan bij haar af en ze komt bij mij. Ik adviseer haar om aan alle voorwaarden van Jeugdzorg te voldoen en daar stemt ze mee in. Ze wil opvoedondersteuning volgen, maar dat krijgt ze niet meer. Gaat met haar dochtertje van 6 naar de logopediste en meldt zich aan bij de Brijder. Dat doet ze drie maanden trouw voordat op 21 juni 2016 de zitting plaatsvindt.

Het pleidooi
In mijn pleidooi wijs ik erop dat de wet allerlei mechanismen heeft ingebouwd om te voorkomen dat je de zwaarste maatregelen moet nemen. Bij uithuisplaatsing ontneem je een kind de kans om bij haar moeder op te groeien. Ik voer aan dat Jeugdzorg heel veel overleg met haar heeft gehad, maar geen dwangmiddelen heeft gebruikt. Mijn cliënt had een zogenaamde ‘aanwijzing’ moeten krijgen. Dan had zij druk gevoeld en was zij in beweging gekomen. Bovendien vertel ik dat mijn cliënt de afgelopen drie maanden trouw met haar dochtertje naar logopedie is gegaan en opvoedondersteuning wil gaan volgen. En dat oma zich nog een half jaar beschikbaar stelt als pleegouder.

Het oordeel van de rechter       
De rechter vertelt mijn cliënt dat zij dankzij het pleidooi van haar advocaat een laatste kans krijgt om haar belofte waar te maken dat zij kan voorzien in de opvoeding en verzorging van haar dochtertje.

Eind goed, al goed       
Mijn cliënt is opvoedondersteuning gaan volgen. Gaat met haar dochtertje trouw naar logopedie. Verzorgt haar kind tot in de puntjes. Houdt wekelijks een dagboek bij en stuurt dit op naar de gezinsvoogd van Jeugdzorg. Eind oktober 2016 hoort ze van Jeugdzorg dat haar dochtertje weer bij haar thuis mag komen wonen. Omdat ze het zo goed doet, wordt op verzoek van de advocaat door de rechter ook de ondertoezichtstelling opgeheven. Ze is in één keer van alle gedwongen hulpverlening af. Ze is dolgelukkig en heeft een droom: Jeugdzorgadvocaat worden.